NLP taalpatronen en het Meta Model

 Het NLP Meta Model is een set van taalpatronen en bijbehorende vragen waarmee je vage, onvolledige of beperkende uitspraken preciezer maakt. Het helpt je erachter te komen wat iemand werkelijk bedoelt in plaats van het zelf in te vullen. En dat maakt elk gesprek een stuk scherper.

Waarom taal er meer toe doet dan je denkt

We communiceren de hele dag, maar wat zeggen we eigenlijk? Veel van wat mensen zeggen is een vereenvoudigde versie van wat ze bedoelen. Ze laten informatie weg, vervormen wat ze waarnemen en veralgemenen ervaringen tot absolute waarheden. Dat is geen gebrek, dat is hoe taal werkt.

Door NLP leer je je bewust te worden van die patronen, zowel in jezelf als in anderen. Je leert hoe je met de juiste vragen de werkelijke betekenis achter de woorden zichtbaar maakt. Het resultaat: je begrijpt mensen beter, je wordt beter begrepen en je communicatie wordt een stuk effectiever.

Wat is het NLP Meta Model?

Het Meta Model is ontwikkeld door Richard Bandler en John Grinder in de jaren zeventig. Ze analyseerden hoe effectieve therapeuten zoals Fritz Perls en Virginia Satir communiceerden en destilleerden daaruit de taalpatronen die verandering mogelijk maakten.

Het model is oorspronkelijk bedoeld voor modelleren: met specifieke vragen achterhalen wat iemand precies doet, hoe hij denkt en handelt, zodat anderen dat kunnen leren. Maar het wordt vandaag de dag net zo veel gebruikt om gewoon goed te communiceren: erachter komen wat iemand werkelijk bedoelt met de woorden die hij kiest.

Dieptestructuur en oppervlaktestructuur

Neem de zin: ‘Ik loop met mijn hond in het bos.’ Wat zie jij als je die zin leest? Welk bos? Welke hond? Wie is de ik? Achter elke simpele zin gaat een wereld van betekenis schuil die voor ieder persoon anders is. Wat iemand zegt, de oppervlaktestructuur, is slechts een fractie van wat hij werkelijk bedoelt. De volledige betekenis daarachter heet de dieptestructuur.

In gewone gesprekken vullen we die dieptestructuur zelf in, zonder te vragen. Dat leidt tot misverstanden, aannames en gemiste informatie. Het Meta Model geeft je de vragen om die dieptestructuur zichtbaar te maken.

Wat bedoel je?
Wat voel je?
Wat hoor je?
Wat zie je?
Waar voel je dat gevoel?
Hoe weet je dat?
Hoe doe je dat?

Deletie, distorsie en generalisatie

    Het Meta Model onderscheidt drie manieren waarop mensen informatie weglaten, vervormen of veralgemenen. Elk patroon heeft zijn eigen doorvraagtechniek:

    Deletie: informatie wordt weggelaten. ‘Ik voel me niet goed’ laat open wie, wat, hoe en waarom. De vraag ‘Wat precies voelt niet goed?’ herstelt de ontbrekende informatie.
    Distorsie: informatie wordt vervormd. ‘Hij doet dit expres om mij te irriteren’ koppelt intentie aan gedrag zonder bewijs. De vraag ‘Hoe weet je dat hij het expres doet?’ bevraagt de aanname.
    Generalisatie: een ervaring wordt als universele waarheid behandeld. ‘Ik faal altijd’ maakt van een patroon een absolute wet. De vraag ‘Altijd? Zijn er situaties waarin dat niet zo was?’ doorbreekt de generalisatie.

      Deletie, distorsie en generalisatie

        Het Meta Model onderscheidt drie manieren waarop mensen informatie weglaten, vervormen of veralgemenen. Elk patroon heeft zijn eigen doorvraagtechniek:

        Deletie: informatie wordt weggelaten. ‘Ik voel me niet goed’ laat open wie, wat, hoe en waarom. De vraag ‘Wat precies voelt niet goed?’ herstelt de ontbrekende informatie.
        Distorsie: informatie wordt vervormd. ‘Hij doet dit expres om mij te irriteren’ koppelt intentie aan gedrag zonder bewijs. De vraag ‘Hoe weet je dat hij het expres doet?’ bevraagt de aanname.
        Generalisatie: een ervaring wordt als universele waarheid behandeld. ‘Ik faal altijd’ maakt van een patroon een absolute wet. De vraag ‘Altijd? Zijn er situaties waarin dat niet zo was?’ doorbreekt de generalisatie.

          Meta Model vragen in de praktijk

          Hieronder een aantal veelvoorkomende uitspraken met de bijbehorende vragen. Je ziet telkens hoeveel informatie er ontbreekt achter de oppervlaktestructuur, en hoe een goede vraag dat blootlegt:

           

          Uitspraak Meta Model vragen
          Volgende week heb ik hier wel even tijd voor Wanneer volgende week precies?  /  Hoeveel tijd heb je ervoor?  /  Kan je het dan ook afmaken?
          Ik krijg te weinig aandacht van je Wat bedoel je precies met aandacht?  /  Hoe krijg je aandacht het liefst?  /  Wat geeft jou het gevoel dat je aandacht krijgt?
          Ik wil meer geld verdienen Meer dan wat?  /  Meer dan wie?  /  Wanneer is het genoeg?
          Ik ga vaker sporten Hoe vaak precies?  /  Vaker dan wat?  /  Wanneer start je?  /  Wat ga je precies doen?
          Je moet er gewoon voor gaan! Hoe doe je dat dan?  /  Wat betekent ‘ervoor gaan’ voor jou?

           

            Je kunt zelf afwegen of doorvragen zinvol is of dat je al genoeg informatie hebt. Vooral als mensen het over problemen hebben, als er iets niet goed loopt of als ze iets willen veranderen, is het slim om goed uit te zoeken wat de ander precies bedoelt. Dit helpt niet alleen jou als gesprekspartner, het helpt ook de ander: een vaag idee wordt zo opeens een concreet idee.

            De juiste houding maakt het verschil

              De kracht van Meta Model vragen zit niet alleen in de vraag zelf, maar in de manier waarop je ze stelt. Rust en oprechte nieuwsgierigheid maken het verschil. Meta Model-vragen zijn geen kruisverhoor, maar een uitnodiging aan de ander om preciezer te worden, voor jou en voor zichzelf.

              Hoe meer je de taalpatronen traint, hoe sneller je ze herkent in gesprekken en hoe natuurlijker het stellen van de juiste vraag wordt.

              Meta Model vs Milton Model

                Het Meta Model en het Milton Model werken in tegengestelde richtingen en vullen elkaar daardoor aan. Het Meta Model werkt naar specificiteit: het maakt vaagheid concreet. Het Milton Model doet het omgekeerde en gebruikt bewust vage taal, zodat de ander ruimte heeft zijn eigen invulling te geven.

                In de praktijk gebruik je het Meta Model om iemand helderheid te geven over zijn eigen denken. Het Milton Model gebruik je om iemand in een ontspannen of ontvankelijke staat te brengen. Beide modellen worden uitgebreid geoefend in de NLP Practitioner opleiding van Robin Stevens.

                Hoe meer je de taalpatronen traint, hoe sneller je ze herkent in gesprekken en hoe natuurlijker het stellen van de juiste vraag wordt.

                  Veelgestelde vragen

                  K
                  L
                  Wat is het verschil tussen het Meta Model en het Milton Model?

                  Het Meta Model specificeert: het bevraagt vage taal om concreetheid te herstellen. Het Milton Model doet het omgekeerde en gebruikt bewust vage, open taal zodat de ander zijn eigen betekenis invult. Beide zijn ontwikkeld door Bandler en Grinder en worden in de Practitioner opleiding samen aangeleerd.
                  K
                  L
                  Hoe gebruik je het Meta Model in coaching?

                  Je gebruikt Meta Model vragen om aannames bloot te leggen, beperkende formuleringen te bevragen en de ander te helpen concreter te worden. Het werkt het best wanneer je de vragen rustig en oprecht nieuwsgierig stelt, zonder oordeel.
                  K
                  L
                  Is het Meta Model moeilijk te leren?

                  De taalpatronen zijn te leren en te herkennen. In het begin kost het bewuste aandacht om ze in een gesprek te spotten. In de NLP Practitioner opleiding oefen je ze uitgebreid in echte gesprekken, zodat ze geleidelijk vanzelfsprekend worden.
                  Wil je weten hoe onze technieken werken?

                  Download daarvoor de gratis handleiding hieronder: