Misschien moeten we gewoon alles achterlaten,’ fluisterden we tegen elkaar, toen we elkaar nog maar net kenden en onze jeugdige harten overstroomden van verliefdheid voor elkaar en voor het leven. ‘Alles loslaten. Onze spullen wegdoen en alleen met een rugzak de wereld intrekken.’ Het was een droom, een verre belofte die we nauwelijks durfden uit te spreken, bang dat hij zou vervliegen als we hem te serieus namen.
Sommige dromen laten zich echter niet wegstoppen. In 2015 verkochten we voor het eerst alles wat we hadden, lieten we het bekende achter ons en reisden we met niet meer dan een rugzak door Azië & Zuid-Afrika. We keerden terug naar Nederland, werkten een paar jaar hard aan onze carrières en vonden daar vervulling. Toch bleef het reizen altijd sluimeren, als een oude liefde die nooit helemaal uit je hart gaat. In 2021 gaven we er opnieuw aan toe: we verkochten ons huis en onze spullen, stapten aan boord van een catamaran en lieten ons twee jaar lang door de wind leiden langs de kusten van Zuid-Europa.
Dit jaar, na terugkomst, veranderde er veel. We kochten een chalet met de intentie om ons te settelen in het dorp waar ik was opgegroeid. Mijn ouders woonden er nog, net als mijn beste vriendin, en het voelde als een stevig anker. Een veilig thuis na al dat reizen. Het werd echter een zwaar jaar. Mijn vader overleed, Liza’s vader werd ziek, mijn moeder vertrok onverwacht uit het dorp, en de vriendschap met mijn beste vriendin kwam na twintig jaar plots tot een einde.
Die opeenstapeling van verlies bracht iets teweeg. De roep van het onbekende, het verlangen naar vrijheid, groeide sterker dan ooit. Dit keer geen rugzak, geen zeilboot, maar een camper als ons nieuwe huis op wielen. Een middel om niet alleen te reizen, maar misschien ook om ons opnieuw te settelen, ergens heel anders. Met het gevoel van thuis als een zoete belofte, ergens aan de horizon.
Vanmorgen leverden we de sleutels van ons chalet in. Vanaf vandaag zijn we opnieuw dak- en thuisloos. Sommige mensen noemen het dwaas, misschien zelfs onverantwoord. Voor ons voelt het als leven. Misschien is het in het loslaten zelf dat we steeds opnieuw thuis komen – waar dat ook mag zijn.


